Drinkwater in de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog liet diepe sporen na in de drinkwatervoorziening van Zuid-West Nederland. Schade aan leidingen, pompstations en watertorens maakte duidelijk hoe kwetsbaar de infrastructuur was in tijden van conflict. Tegelijkertijd bleek de veerkracht van de waterleidingbedrijven groot: medewerkers hielden de systemen draaiende onder moeilijke omstandigheden en na de bevrijding werd het netwerk stap voor stap hersteld. Nieuwe gebouwen, noodleidingen en herbeplanting van waterwingebieden vormden de basis voor een betrouwbare voorziening in de jaren daarna. Deze pagina beschrijft hoe de drinkwatervoorziening de oorlog doorkwam en hoe de wederopbouw vorm kreeg.


Direct aan het begin van de oorlog rakte de watertoren in 's Gravendeel zwaar beschadigd (foto: Regionaal Archief Dordrecht, Gemeentelijke Prentverzameling).
BEGIN VAN DE OORLOG

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Vrijwel direct beschadigden zware bombardementen de drinkwaterleiding vanuit het pompstation in Ossendrecht. Grote delen van Walcheren en Zuid Beveland kwamen daardoor zonder drinkwater te zitten. Ook waterleidingen in Vlissingen en Middelburg raakten beschadigd. Alleen het kleine beetje drinkwater dat nog in de watertorens aanwezig was, kon nog worden gebruikt. Daardoor ontstonden lange rijen bij de torens en bij tankwagens. Het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 verwoestte vrijwel de gehele binnenstad, maar de gebouwen van de gemeentelijke drinkwaterleiding bleven gespaard omdat zij ten oosten van het getroffen gebied lagen. Ook in Zeeuws Vlaanderen was in de eerste oorlogsjaren relatief weinig schade aan het drinkwaternet.


Drinkwater halen op de hoek Braamstraat/Dijkstraat in Oost-Souburg (foto: Zeeuws Archief, Fotoarchief A.G. Kruithof).
DRINKWATER IN DE OORLOG

Veranderende troepenbewegingen zorgden tijdens de oorlog voor grote schommelingen in de drinkwaterproductie. Zo moest het pompstation op Schouwen Duiveland lange tijd aanzienlijk meer drinkwater leveren om Duitse soldaten te voorzien. Aan het eind van de oorlog werd besloten grote delen van Zeeland onder water te zetten, waardoor veel inwoners moesten vertrekken en de drinkwatervraag sterk daalde. Op Schouwen Duiveland liep het inwonertal door evacuaties met ongeveer 75% terug. Ook delen van Walcheren en Zeeuws Vlaanderen werden geïnundeerd. Voor deze inundaties waren zowel de Duitse bezetter als de geallieerden verantwoordelijk.


De watertoren van Axel tijdens de inundatie in 1944 (foto: Zeeuws Archief, fotoarchief gemeente Axel, nr. 3109).
GEVOLGEN VOOR HET PERSONEEL

Tegelijkertijd werden medewerkers van de waterleidingbedrijven gedwongen voor de Duitse bezetter te werken. Zij moesten prikkeldraad zoeken, betonijzer buigen en versterkingswerken aanleggen. In het waterwingebied bij Hulst vorderde de Wehrmacht 72 populieren en 11.205 sparren, om te gebruiken als brandstof en bouwmateriaal. Bij een bombardement op vliegveld Haamstede raakte het nabijgelegen pompstation van de drinkwaterleiding beschadigd. Machinist J.M. Hoogenstein kwam daarbij om het leven door rondvliegende granaatscherven. Ook in Ossendrecht viel een slachtoffer: J. Kil werd getroffen terwijl hij bezig was schade van een geallieerd bombardement aan het pompstation te herstellen.


Bomkraters na het bombardement van vliegveld Haamstede (bron: Beobom.nl).
WATERTORENS ALS DOELWIT

Na D day begon het de Duitse bezetter te dagen dat het opgeven van bezet gebied een reële mogelijkheid werd. Bij hun terugtocht richtten zij zoveel mogelijk schade aan. Polders werden onder water gezet en delen van de drinkwaterinfrastructuur werden vernield. Op 1 oktober 1944 bliezen Duitse troepen de watertoren van Oostburg op, om de oriëntatie van geallieerde vliegtuigen te bemoeilijken. Ook alle bijgebouwen werden vernield. Op 19 februari 1945 trof de watertoren van Zierikzee hetzelfde lot. Geallieerde bombardementen veroorzaakten daarnaast grote schade aan transportleidingen, waardoor de drinkwatervoorziening soms maandenlang uitviel en noodleidingen moesten worden aangelegd.


Ruïne van de watertoren in Zierikzee, na de vernietiging door de Duitse bezetter op 19 februari 1945 (foto: Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr. ZM-3267).
HERSTEL

Na de Duitse capitulatie begon de wederopbouw van Nederland. Leidingen werden hersteld en beschadigde gebouwen opgeknapt. In Oostburg verrees een nieuwe watertoren naar ontwerp van architect A.J. van Eck. De watertoren van Zierikzee werd niet herbouwd. Hier koos men voor een nieuw pomphuis aan de Zandweg om druk op het leidingnet te houden. De stad Gent ondersteunde het herstel van de waterleidingen in Zeeuwsch Vlaanderen door buizen en andere materialen beschikbaar te stellen. In het waterwingebied bij Hulst werden de door de Wehrmacht gevorderde bomen vervangen: binnen enkele jaren werden 86.000 grove dennen, 6.500 zwarte dennen en 334 populieren geplant, aangevuld met het uitstrooien van 100 kilo eikels.


De watertoren van Zierikzee werd niet meer herbouwd. In plaats daarvan verrrees op de hoek van de Koolweg en de Zandweg een pomphuis met waterreservoirs (foto: P.S. Loeb, Zeeuws Archief, Albums Schouwen-Duiveland, nr. A-10762).