Drinkwater in Zeeland

In 1884 werd het eerste drinkwaterbedrijf in Zeeland opgericht. Tot die tijd haalden de mensen hun drinkwater uit regentonnen, grachten en waterputten. De geschiedenis van de drinkwatervoorziening in Zeeland is er één van vindingrijkheid, doorzettingsvermogen en samenwerking (of het gebrek daaraan). Vanaf de eerste particuliere initiatieven in Vlissingen tot de vorming van één regionaal waterbedrijf, laat deze geschiedenis zien hoe elk eiland zijn eigen uitdagingen kende. Deze pagina neemt je mee langs de belangrijkste momenten in de historie van de Zeeuwse drinkwatervoorziening.


Na de watersnoodramp in 1953 werd drinkwater in de haven van Bruinisse per schip aangevoerd en daarna met tankauto's verder vervoerd (foto: Zeeuws Archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland, nr. B-1086A).
1884
VLISSINGSCHE DUINWATERLEIDING MAATSCHAPPIJ (VDM)

Aan het eind van de negentiende eeuw werd drinkwater in Vlissingen nog per schip aangevoerd. De aanleg van een waterleiding was aanvankelijk niet bedoeld voor de inwoners, maar voor de plaatselijke industrie die dringend behoefte had aan zoet water. Anders dan in steden als Rotterdam en Dordrecht kwam het initiatief niet van de gemeente, maar van particuliere ondernemers. Ingenieur J.L. Gruber wees de duinen bij Zoutelande aan als geschikte winplaats. De gemeenteraad verleende daarop een concessie aan een Arnhemse industrieel die bereid was te investeren. Op 26 januari 1884 hief de burgemeester het eerste glas duinwater en nam daarmee de Vlissingsche Duinwaterleiding officieel in gebruik.


Het pompstation in de duinen bij Zoutelande, circa 1910 (foto: Firma Dert, Fotocollectie Zeeuws Archief, nr 11499).
1892
GEMEENTELIJK WATERLEIDINGBEDRIJF MIDDELBURG

Voor de gemeente Middelburg was het vinden van een betrouwbare zoetwaterbron een lastige opgave. De stad lag niet in de duinen en in de wijde omgeving was het beschikbare water brak of zout. In 1889 kocht de gemeente daarom een stuk duingebied bij Vrouwenpolder, waar volgens deskundigen voldoende zoet water aanwezig was. Via een lange leiding werd het duinwater naar de watertoren in Middelburg gevoerd. Vanaf 1892 stroomde het eerste leidingwater uit de Middelburgse kranen. Inwoners zonder aansluiting konden tegen betaling emmers drinkwater kopen.


Twee vrouwen en een man in klederdracht op de oever van een winkanaal in duingebied Oranjezon, eerste helft 20e eeuw (foto: Zeeuws Archief, fotoarchief J. Torbijn).
1910
N.V. WATERLEIDINGMAATSCHAPPIJ ZUID-BEVELAND (WMZB)

De oprichting van de N.V. Waterleidingmaatschappij Zuid‑Beveland markeerde een belangrijk keerpunt in de Nederlandse drinkwatergeschiedenis. Steeds duidelijker werd dat kleinere gemeenten niet zelfstandig konden voorzien in hun groeiende waterbehoefte. Dr. J.W. Jenny Weyerman speelde hierin een cruciale rol: hij zag niet alleen de noodzaak van een gezamenlijke voorziening, maar wist ook 23 van de 25 gemeenten te overtuigen om mee te doen aan een streekwaterleiding. Proefboringen bij Ossendrecht toonden aan dat diep in de ondergrond een grote hoeveelheid zoet water van uitstekende kwaliteit aanwezig was. In 1910 werd Nederlands eerste grote streekwaterleiding officieel opgericht.


Notabelen uit Zuid-Beveland bezoeken in 1909 de proefboring in Ossendrecht (foto: N.V. Waterleiding-Maatschappij Zuid-Beveland WMZB).
1916
N.V. WATERLEIDINGMAATSCHAPPIJ THOLEN

De inwoners van het eiland Tholen stonden aanvankelijk zeer sceptisch tegenover de komst van een waterleiding. Volgens hen bewezen de “rooie luusjes” in de regentonnen juist dat het regenwater van uitstekende kwaliteit was. Dankzij de vasthoudendheid van Dr. J.W. Jenny Weyerman kon in 1916 toch een waterleidingmaatschappij worden opgericht. Omdat op Tholen zelf geen zoet water te vinden was, week men uit naar Halsteren, waar diep onder de grond voldoende water van goede kwaliteit aanwezig bleek. Het zou echter nog jaren duren voordat alle Tholenaren het leidingwater volledig vertrouwden en overstapten van hun vertrouwde regenwater op de nieuwe voorziening.


Het pompstation te Halsteren in de jaren ’70 (foto: N.V. Watermaatschappij Zeeland WMZ).
1921
N.V. WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ SCHOUWEN-DUIVELEND (WMSD)

Op Schouwen‑Duiveland gingen jaren van vergaderen, onderzoeken en halfslachtige pogingen vooraf aan de daadwerkelijke start van een drinkwatervoorziening. In 1918 wisten de gemeenten een deel van de duinen in erfpacht te krijgen van de Rijksoverheid, nadat onderzoek had aangetoond dat hier voldoende zoet water in de bodem aanwezig was. Pas in 1920 werd formeel besloten tot de oprichting van de N.V. Waterleiding Maatschappij Schouwen‑Duiveland. Daarna duurde het nog tien jaar voordat het eerste leidingwater uit de kranen stroomde. In de duinen bij Haamstede verrees pompstation De Blinkert. De eerste inwoner die werd aangesloten op het leidingnet was — heel toepasselijk — de directeur van de waterleidingmaatschappij.


Bouw van pompstation “De Blinkert” in de duinen van Haamstede (foto: Zeeuws Archief, beeldbank Schouwen-Duiveland).
1926
N.V. ZEEUWSCH-VLAAMSCHE WATERLEIDING-MAATSCHAPPIJ

Zeeuws‑Vlaanderen was het laatste deel van Zeeland dat een drinkwatervoorziening kreeg, en dat ging niet zonder strijd. Voor‑ en tegenstanders botsten fel; plannen werden gesaboteerd en discussies liepen hoog op. In 1926 leek er eindelijk genoeg draagvlak voor een gezamenlijke waterleidingmaatschappij, maar door aanhoudend geruzie werd de N.V. Zeeuwsch‑Vlaamse Waterleiding‑Maatschappij in 1933 alweer opgeheven, zonder dat er één druppel drinkwater was geleverd. Zes gemeenten richtten direct een nieuwe maatschappij op. Drie jaar later waren het pompstation in Sint Jansteen en de watertoren in Axel gereed en stroomde het eerste drinkwater door de leidingen. Andere gemeenten sloten zich daarna alsnog aan.


Openingsplechtigheid in het Pompstation in Kappelebrug, 1937 (foto: N.V. Zeeuwsch‑Vlaamse Waterleiding‑Maatschappij).
1936
N.V. WATERLEIDINGMAATSCHAPPIJ MIDDEN-ZEELAND (WMZ)

De groeiende watervraag, vooral in Vlissingen, maakte het in de jaren dertig noodzakelijk dat de gemeenten in Midden‑Zeeland nauwer gingen samenwerken. In 1936 bundelden de vijf gemeentelijke waterbedrijven van Vlissingen, Middelburg, Borsele, Domburg en Oost‑ en West‑Souburg hun krachten met de Waterleidingmaatschappij Zuid‑Beveland (WMZB). Samen richtten zij de N.V. Waterleidingmaatschappij Midden‑Zeeland op, die voortaan de distributie van drinkwater op Walcheren en Zuid‑Beveland verzorgde. Daarvoor was een geheel nieuwe leidinginfrastructuur nodig, inclusief een opjaagstation en een watertoren. Het water kwam uit de winplaatsen van Middelburg, Vlissingen en de WMZB.


Aanleg van een leiding bij de opjager Sloedam (foto: N.V. Waterleiding-Maatschappij Zuid-Beveland WMZB).
1965
N.V. INDUSTRIEWATERVOORZIENING ZEEUWSCH-VLAANDEREN (IWZV)

De explosieve groei van de industrie rond Terneuzen bracht in de jaren zestig grote druk op de drinkwaterwinning. Om de beschikbaarheid van water te waarborgen, werd in 1960 een spaarbekken in de Braakmanpolder in gebruik genomen. Toch bleek al snel dat het publieke belang van betrouwbaar drinkwater niet altijd strookte met de levering van proceswater aan de industrie. Daarom werd in 1965 een aparte maatschappij opgericht: de N.V. Industriewatervoorziening Zeeuwsch‑Vlaanderen (IWZV). Deze gebruikte onder meer afstromend Belgisch polderwater en bouwde samen met energiemaatschappij PZEM een zoetwaterfabriek in Terneuzen. Door ingrijpende veranderingen in de Zeeuwse drinkwaterwereld zou de IWZV echter geen lang bestaan hebben.


1966
N.V. WATERMAATSCHAPPIJ ZEELAND (WMZ)

In de jaren zestig besloot de Rijksoverheid het Scheldebekken te ontwikkelen tot een industriële zone. Om aan de toekomstige watervraag van industrie en woonkernen te kunnen voldoen, fuseerden de Waterleidingmaatschappij Zuid‑Beveland en de Waterleidingmaatschappij Midden‑Zeeland — waarin inmiddels ook de gemeentelijke bedrijven van Souburg, Domburg en Vlissingen waren opgenomen — in 1966 tot één organisatie onder de naam Waterleidingmaatschappij Midden‑Zeeland (WMZ). Kort daarna sloten Tholen (1967) en Schouwen‑Duiveland (1968) zich aan. Met de fusie van Zeeuwsch‑Vlaanderen in 1970 was er vrijwel sprake van één Zeeuws waterbedrijf: de N.V. Watermaatschappij Zeeland, opnieuw afgekort tot WMZ.


Pompstation Ossendrecht (foto: N.V. Watermaatschappij Zeeland WMZ).
1974
N.V. WATERMAATSCHAPPIJ ZUID-WEST-NEDERLAND (WMZ)

In 1974 breidde de Watermaatschappij Zeeland haar werkgebied uit naar Zuid‑Holland. De WMZ verleende technische ondersteuning aan de Stichting De Drinkwaterleiding Goeree en Overflakkee bij de uitbreiding van de waterwinning in Ouddorp, en een fusie werd al snel onvermijdelijk. Door deze uitbreiding kon het nieuwe bedrijf echter niet langer “Zeeland” in de naam voeren. De aandeelhouders kozen voor een nieuwe titel: N.V. Watermaatschappij Zuid‑West‑Nederland, zodat de vertrouwde afkorting WMZ behouden bleef. In 1984 sloot ook het laatste nog zelfstandige gemeentelijke waterbedrijf in Zeeland zich aan: dat van Middelburg. Daarmee was de regionale drinkwatervoorziening verder geconsolideerd tot één sterke organisatie.


Pompstation in Ouddorp (foto: particuliere prentkaartcollectie).
1992
N.V. DELTA NUTSBEDRIJVEN

Eind jaren tachtig werd in Zeeland besloten om één provinciaal nutsbedrijf op te richten voor gas, water en elektriciteit. Een landelijke reorganisatie van de energiesector vormde de directe aanleiding, maar de WMZ werkte administratief al jarenlang samen met energiemaatschappij PZEM. De provincie sprak zich duidelijk uit voor een geïntegreerd nutsbedrijf dat de voorzieningen zou bundelen en versterken. In 1990 werd de stap gezet: de WMZ en de PZEM fuseerden tot de N.V. Delta Nutsbedrijven.


Pompenzaal van de WMZ (foto: N.V. Delta Nutsbedrijven).
2005
EVIDES WATERBEDRIJF

Delta Nutsbedrijven en het Zuid‑Hollandse Waterbedrijf Europoort kregen begin deze eeuw te maken met vergelijkbare uitdagingen: een groeiende bevolking, een toenemende industrialisering en daarmee een steeds grotere druk op de beschikbaarheid van drinkwater. Gaandeweg groeide het besef dat alleen een bundeling van krachten een toekomstbestendig waterbedrijf kon opleveren. In 2005 besloten beide organisaties daarom te fuseren tot Evides Waterbedrijf. De naam ‘Evides’ verwijst naar het evidente, het heldere, maar ook naar la vie:  het leven zelf, waarvoor water een onmisbare basis is.


Productielocatie Berenplaat (foto: Vewin).