Drinkwater in Zuid-Holland Zuid

De drinkwatervoorziening in Zuid‑Holland Zuid ontwikkelde zich in hoog tempo vanaf het einde van de 19e eeuw, maar het gebied kende grote verschillen tussen steden en eilanden. Rotterdam liep voorop met de oprichting van de Gemeentelijke Drinkwaterleiding in 1874, bedoeld om “schoon water te leveren om de riolen door te kunnen spoelen” . Andere gemeenten volgden in de decennia daarna, vaak gedreven door epidemieën, vervuild rivierwater of een tekort aan zoet duinwater. Door de versnippering ontstonden tientallen lokale waterbedrijven, die pas laat in de 20e eeuw werden samengevoegd.


1874
GEMEENTELIJKE DRINKWATERLEIDING ROTTERDAM (DWL)

In Zuidwest Nederland was Rotterdam de eerste stad met een drinkwatervoorziening. Op initiatief van de directeur Gemeentewerken was een gesloten rioolstelsel aangelegd, dat gescheiden werd van het drinkwater. In 1874 volgde de oprichting van de Gemeentelijke Drinkwaterleiding (DWL), die in eerste instantie vooral schoon water moest leveren om de riolen door te spoelen. Vers drinkwater voor de bevolking werd aanvankelijk gezien als een prettige bijkomstigheid, maar groeide al snel uit tot de belangrijkste taak van de DWL.


Machinekamer van de DWL aan de Honingerdijk (foto: Gemeentelijke Drinkwaterleiding Rotterdam DWL).
1881
HOOGDRUKWATERLEIDING DORDRECHT

Ook in Dordrecht haalden inwoners in de negentiende eeuw hun drinkwater gewoon uit de gracht. Na opnieuw een cholera‑epidemie besloot de gemeenteraad in 1881 een eigen waterleidingbedrijf op te richten: de Hoogdrukwaterleiding. Via een lange leiding werd relatief schoon water uit het Wantij aangevoerd, waardoor zelfs de armste huishoudens toegang kregen tot vers drinkwater. Door toenemende vervuiling van het rivierwater kwam deze inname echter steeds meer onder druk te staan. In de jaren dertig besloot de gemeenteraad daarom over te stappen op grondwater. De uitvoering liep door de Tweede Wereldoorlog vertraging op, maar in 1946 startte de grondwaterwinning. Al snel voorzag de nieuwe bron in zo’n 70% van de watervraag.


1885
N.V. VLAARDINGSCHE WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ

In Vlaardingen kwam de drinkwatervoorziening voort uit particulier initiatief. Apotheker J.M. Zembsch en industrieel C.H. Wagenaar Hummelinck kregen in 1884 een concessie voor de winning en distributie van drinkwater. De inname vond plaats ten oosten van de haven. Later bouwde de N.V. Vlaardingsche Waterleiding Maatschappij een watertoren aan de Emmastraat om voldoende druk op het leidingnet te garanderen. In 1911 nam de gemeente Vlaardingen het bedrijf over en verzorgde vanaf dat moment zelf de drinkwatervoorziening.


Watertoren in de Emmastraat te Vlaardingen (foto: particuliere prentkaartcollectie).
1886
GEMEENTE SCHIEDAM

De drinkwatervoorziening in Schiedam kende een lange aanloop. Jarenlang werd vergaderd over manieren om de stad en haar jeneverbranderijen van schoon water te voorzien, maar een gezamenlijk besluit bleef uit. In 1883 besloot de gemeente de voorziening zelf ter hand te nemen en een voor die tijd zeer moderne waterzuivering te bouwen. Deze installatie werd vanaf 1886 door de gemeente geëxploiteerd en vormde het begin van de Schiedamse drinkwatervoorziening.


Aanleg van een zinker in de nieuwe haven (foto: Beeldbank Schiedam).
1887
DELFTSCHE DUINWATERLEIDING

In Delft moesten inwoners het lange tijd doen met drinkwater dat per schip werd aangevoerd. De gemeente probeerde particuliere investeerders te bewegen een waterwinning in de duinen bij Scheveningen op te zetten, maar die pogingen mislukten telkens. Pas in 1887 kon een waterwinning in de duinen van Monster in gebruik worden genomen. Een jaar later nam de gemeente Delft de voorziening over van de particuliere initiatiefnemers. Voor de inwoners van Monster was het een bittere aanblik: hun schone duinwater werd via een grote leiding rechtstreeks naar Delft getransporteerd.


Ingebruikname van het pompstation in 1887 (herkomst van de foto is onbekend).
1888
N.V. OUD-BEIJERLANDSCHE HOOGDRUK WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ

Net als de steden langs de Nieuwe Waterweg moesten ook de dorpen in de Hoeksche Waard de grote rivieren als drinkwaterbron gebruiken. Op 11 juli 1888 verleende de gemeente Oud‑Beijerland concessie aan de N.V. Oud‑Beijerlandsche Hoogdruk Waterleiding Maatschappij om water uit het Spui in te nemen en via leidingen te distribueren. De marinebasis in Hellevoetsluis werd al snel een belangrijke afnemer, maar veel dorpen sloten zich pas later aan. Heinenoord werd bijvoorbeeld pas in 1910 vaste klant. Goudswaard, Piershil en Nieuw‑Beijerland kochten water in bij de maatschappij en richtten in 1950 de "Drinkwatervoorziening Hoeksche Waard West" op, die het ingekochte water lokaal distribueerde.


Bericht voor de aandeelhouders in het Nieuwsblad van 28 maart 1891 (www.delpher.nl).
1890
MAASSLUISCHE WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ

De drinkwatervoorziening in Maassluis was lange tijd een hoofdpijndossier. In 1890 werd de particuliere Maassluische Waterleiding Maatschappij opgericht, die een beeldbepalende watertoren bouwde maar water van matige kwaliteit leverde. De inname vond namelijk stroomafwaarts van Rotterdam plaats, inclusief alle geloosde afvalstoffen. In 1922 nam de gemeente Maassluis het drinkwaterbedrijf over, maar daarmee waren de kwaliteitsproblemen nog niet opgelost. In 1935 werd zelfs een waterboot aangeschaft om het eigen drinkwater te mengen met schoner water van elders.


Watertoren van Maassluis omstreeks 1970 (foto: www.canonvannederland.nl).
1896
GEMEENTE HELLEVOETSLUIS

De marinebasis in Hellevoetsluis kocht drinkwater in bij de N.V. Oud Beijerlandsche Hoogdruk Waterleiding Maatschappij, maar de burgerbevolking van de stad kon geen gebruik van dat water maken. Net als veel kustplaatsen gebruikte Hellevoetsluis de zoetwatervoorraad in de duinen als drinkwaterbron. In 1896 startte de gemeente een eigen winning in duingebied De Quack, ten westen van de stad. De vraag naar drinkwater groeide gestaag en vanaf 1929 maakte ook de naburige gemeente Nieuwenhoorn gebruik van het Hellevoetse duinwater. Nieuwenhoorn kocht het water in bij Hellevoetsluis en verzorgde zelf de distributie binnen de eigen gemeente.


Het voormalige pompstation in de duinen bij Hellevoetsluis, circa 1960 (foto: Prentbriefkaartencollectie Nieuw-Helvoet, RHC Voorne-Putten Goeree-Overflakkee).
1915
DRINKWATERLEIDING VOOR DE GEMEENTEN 'S-GRAVENDEEL EN STRIJEN

De westkant van de Hoeksche Waard beschikte dankzij de Oud‑Beijerlandsche Hoogdruk Waterleiding Maatschappij al sinds 1888 over drinkwater, maar in het oosten liet een voorziening langer op zich wachten. In 1915 richtten ’s‑Gravendeel en Strijen samen de “Drinkwaterleiding voor de gemeenten ’s‑Gravendeel en Strijen” op; Numansdorp sloot zich een jaar later aan. De leiding nam water in uit de Dordtse Kil. Omdat inname tijdens laagwater onmogelijk was, bouwde men bij de watertoren een bezinkvijver waarin tijdens vloed water kon worden verzameld.


De watertorens in ‘s-Gravendeel, met de bezinkvijvers op de voorgrond (foto: particuliere prentkaartcollectie).
1917
WATERBEDRIJF GEMEENTE DUBBELDAM

De gemeente Dordrecht was er vroeg bij om zijn inwoners van drinkwater te voorzien. Een andere gemeente op het Eiland van Dordrecht, de gemeente Dubbeldam, besloot pas veel later om een waterleidingbedrijf op te richten. IIn 1917 richtte de gemeente een eigen waterleidingbedrijf op, als onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Het kreeg de beschikking over een markante watertoren, die volledig uitgevoerd was in beton. Destijds was dat een noviteit in Nederland. Destijds was dat een noviteit voor Nederland.


1922
N.V. WESTLANDSCHE DRINKWATERLEIDING MAATSCHAPPIJ (WDM)

De gemeente Delft begon in 1887 met het winnen van drinkwater in de duinen van Monster, maar al snel bleek dat de zoetwatervoorraad daar te snel afnam om de stad blijvend te kunnen voorzien. In 1918 besloot Delft daarom over te schakelen op Rotterdams drinkwater, dat via een pijpleiding werd aangevoerd. De gemeenten Monster, Naaldwijk, De Lier en Wateringen grepen hun kans en namen de duinwinning in Monster over. In 1922 richtten zij de N.V. Westlandsche Drinkwaterleiding Maatschappij op, waaraan later ook andere Westlandse gemeenten deelnamen.


Tegeltableau ter gelegenheid van de overdracht (foto: N.V. Westlandsche Drinkwaterleiding Maatschappij WDM).
1924
GEMEENTE BRIELLE

Ook de gemeente Brielle was al enige tijd op zoek naar een geschikte drinkwaterbron. In 1903 werd binnen de historische vesting een proefboring uitgevoerd. Met de hand (!) bereikte men een diepte van 90 meter. De plaatselijke apotheker concludeerde echter dat het water zout was en dus ongeschikt voor consumptie. Enige tijd later wist de gemeente een groot stuk duingebied bij Oostvoorne te verwerven. Met negen putten werd daar zoet grondwater opgepompt, dat via een watertoren in Brielle over de stad werd verdeeld.


1924
STICHTING KILWATERLEIDING

Verschillende gemeenten in het midden van de Hoeksche Waard beschikten nog altijd niet over een centrale drinkwatervoorziening. Zij wilden een gezamenlijk waterbedrijf oprichten, maar na bezwaren van de provincie en advies van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening werd besloten het bestaande voorzieningsgebied van de winning uit de Kil uit te breiden. In 1924 richtten de betrokken gemeenten de Stichting Kilwaterleiding op, die vanaf 1927 ook het oostelijke deel van de Hoeksche Waard van drinkwater ging voorzien. Men beschikte over moderne zuiveringstechniek: het toevoegen van chloor om bacteriën te doden.


Machinegebouw van de Kilwaterleiding, afgebeeld in dagblad ‘Voorwaarts’ in 1926 (www.delpher.nl).
1934
STICHTING DE DRINKWATERLEIDING GOEREE EN OVERFLAKKEE

Inwoners van Goeree‑Overflakkee waren lange tijd aangewezen op regentonnen en waterputten; in droge zomers moest drinkwater zelfs per schip worden aangevoerd. Al in 1907 lieten de burgemeesters proefboringen uitvoeren in de duinen bij Ouddorp, maar pas in 1929 bereikten de dorpen overeenstemming over samenwerking. Dat jaar werd de Stichting De Drinkwaterleiding Goeree en Overflakkee opgericht. Enkele jaren later begon de bouw van een pompstation op de grens van de Middel‑ en Oostduinen, ten noorden van Goedereede. In Den Bommel verrees een watertoren en in 1934 werd de drinkwaterwinning feestelijk geopend. De belangstelling was zo groot dat de winning al snel moest worden uitgebreid en een tweede watertoren volgde.


Feestelijke opening van het pompstation in Ouddorp in 1934 (foto: Stichting De Drinkwaterleiding Goeree en Overflakkee).
1955
STICHTING VOORNE-PUTTEN ROZENBURG

De laatste delen van Zuid Holland zonder drinkwatervoorziening lagen op Voorne Putten. Een groot deel van het eiland moest het zonder vers water stellen. In 1945 woedde in Spijkenisse nog een tyfusepidemie en de badplaatsen Rockanje en Oostvoorne konden toeristen geen betrouwbaar drinkwater bieden. Na de oorlog drongen de geallieerden aan op distributie van Rotterdams drinkwater naar Voorne-Putten en Rozenburg; zij leverden leidingmateriaal en legden een zinker onder de Oude Maas. In 1955 was het distributienet gereed en verzorgde de Stichting Voorne-Putten Rozenburg de levering. Alleen Brielle deed niet mee. In 1967 nam de gemeente Rotterdam de taken van de Stichting over en in 1968 sloot ook Brielle zich aan.


Een extra zinker in het Kanaal door Voorne moet vanaf 1960 ook water leveren aan de Europoort (foto: I. Cambier, Nieuwe Brielsche Courant, Regionaal Historisch Centrum Voorne-Putten Goeree-Overflakkee).
1965
STICHTING BRONWATERLEIDING HOEKSCHE WAARD (BWL)

Vanaf het midden van de jaren veertig kampte de Kilwaterleiding in de Hoeksche Waard met leveringsproblemen: de vraag was groter dan het aanbod. Daarom begon men, met wisselend succes, grondwater te winnen langs de Kil; een aantrekkelijk alternatief voor het steeds sterker vervuilde rivierwater. Door toenemende kwaliteitsproblemen van het oppervlaktewater werd die afhankelijkheid steeds groter. In 1965 stapte de Kilwaterleiding volledig over op grondwaterwinning en werd het bedrijf omgedoopt tot Stichting Bronwaterleiding Hoeksche Waard (BWL). In 1966 nam de stichting de Oud‑Beijerlandsche Hoogdruk Waterleiding Maatschappij over; in de jaren daarna traden andere gemeenten toe. Vanaf 1970 leverde de BWL drinkwater aan de hele Hoeksche Waard.


1992
N.V. WATERLEIDINGBEDRIJF ZUID-HOLLAND ZUID (WZHZ)

In 1975 telde Zuid‑Holland nog vierendertig waterleidingbedrijven. Net als in Zeeland streefde het provinciebestuur naar meer efficiëntie in de drinkwatersector en zette het verschillende stappen om tot samenvoeging te komen, al verliep dat proces moeizaam. Na vele varianten bleef in 1992 één oplossing over: een nieuw waterbedrijf gevormd door drie voorgangers. De Gemeentelijke Drinkwaterleiding Rotterdam (DWL), het Regionaal Energiebedrijf Dordrecht (waaronder inmiddels ook Dubbeldam viel) en de Stichting Bronwaterleiding Hoeksche Waard (BWL) gingen samen verder als N.V. Waterleidingbedrijf Zuid‑Holland Zuid (WZHZ).


Watercathedraal op de productielocatie Berenplaat in Spijkenisse (foto: Ary Groeneveld, Stadsarchief Rotterdam).
1994
WATERBEDRIJF EUROPOORT (WBE)

Onder druk van de provincie groeide het voorzieningsgebied van het Waterleidingbedrijf Zuid‑Holland Zuid snel. Vooruitlopend op een fusie verzelfstandigden Schiedam, Vlaardingen, Maassluis en Delft hun drinkwaterbedrijven. In 1993 en 1994 werden deze gemeentelijke waterleidingen opgenomen in het Waterleidingbedrijf Zuid‑Holland Zuid. Ook de N.V. Westlandsche Drinkwaterleiding Maatschappij sloot zich aan. Vanaf 1994 gingen de samengevoegde bedrijven verder onder één naam: N.V. Waterbedrijf Europoort.


Schoonmaken van de reinwaterkelders in Kralingen (foto: N.V. Waterbedrijf Europoort WBE).
2005
EVIDES WATERBEDRIJF

Waterbedrijf Europoort en het Zeeuwse Delta Nutsbedrijven kregen begin deze eeuw te maken met vergelijkbare uitdagingen: een groeiende bevolking, een toenemende industrialisering en daarmee een steeds grotere druk op de beschikbaarheid van drinkwater. Gaandeweg groeide het besef dat alleen een bundeling van krachten een toekomstbestendig waterbedrijf kon opleveren. In 2005 besloten beide organisaties daarom te fuseren tot Evides Waterbedrijf. De naam ‘Evides’ verwijst naar het evidente, het heldere, maar ook naar la vie: het leven zelf, waarvoor water een onmisbare basis is.


Productielocatie Berenplaat (foto:Vewin).